Geloof,  Maatschappelijk,  Persoonlijke ontwikkeling

Verantwoordelijkheden

Welke verantwoordelijkheden heeft God jou gegeven die gevaarlijk lijken? Ben jij bereid om je verantwoordelijkheden na te komen, ondanks het gevaar of waarschuwingen van mensen om je heen die zeggen dat je maar beter kunt stoppen? Deze vraag werd mij gesteld in het boekje Heb het lef van Anne van der Bijl en Al Janssen, dat over David en Goliat gaat.

Toen David schaapherder was redde hij weleens een lammetje uit de bek van een leeuw. Het was zijn verantwoordelijkheid om voor de schapen te zorgen, en die verantwoordelijkheid nam hij heel serieus. Als een roofdier een schaap aanviel, ging hij het roofdier te lijf. Heb je er weleens over nagedacht hoe onverantwoordelijk dat eigenlijk was. Hij had wel gedood kunnen worden! En was zijn leven niet veel meer waard dan dat van een schaap?

Interessant hoe het nakomen van je verantwoordelijkheden door de omgeving zomaar als onverantwoordelijk bestempeld kan worden. De vraag is dus: wat is jouw verantwoordelijkheid – en misschien wel net zo belangrijk: wat niet? Één van de verantwoordelijkheden waar ik regelmatig op aangesproken wordt – onder anderen door mezelf – is het genereren van inkomen. Ik stelde dat het mijn verantwoordelijkheid is om te doen wat God van mij vraagt – bijvoorbeeld een Bijbelschool volgen – en Zijn verantwoordelijkheid om te voorzien in de middelen die ik daarvoor nodig heb, waarop mijn gesprekspartner vroeg ik of soms van de pot gerukt was om te denken dat ik niet verantwoordelijk ben voor de gevolgen van mijn eigen keuzen. Een opmerking die me aan het denken zette over het vraagstuk van verantwoordelijkheden.

Charis Bible College onderwijst het concept van genade en geloof – en een gezonde balans tussen de twee. Onder genade vallen de dingen die Gods verantwoordelijkheid zijn en geloof omvat de verantwoordelijkheden van de mens. God doet Zijn deel – in feite heeft Hij dat al gedaan in het verlossende werk van Jezus – en ik doe mijn deel. En zo ontstaat er een samenwerking waarin Gods plannen met mijn leven, en daarmee ook Gods plannen met de hele wereld, bevorderd worden, beginnend bij mijn behoudenis (zie o.a. Ef. 2:8,9).

Terug naar financiën. Is het niet zo dat Jezus zegt, sprekend over levensonderhoud: “zoek is het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden“? En “want al deze dingen zoeken de heidenen” en “wees dan niet bezorgd over de dag van morgen“? (Uit Matt. 6:32-34.) Betekent dat dan wat we ons niet druk zouden moeten maken over onze voorziening? Dat we moeten onderzoeken wat God van ons vraagt, dát doen en ons niet druk maken over de rest? En zijn dingen als financiële planning, pensioenopbouwfondsen en dat soort dingen voor ongelovigen – of is het in elk geval voor de ongelovigen om zich daar druk over te maken? Of wat dacht je van deze: “niemand die in het leger dient, wordt verwikkeld in de zaken van het levensonderhoud, opdat hij hem kan behagen die hem voor de krijgsdienst aangenomen heeft” (2 Tim. 2:4). Dus als wij in het leger van God dienen – en dat wordt elke christen geacht te doen – moeten wij ons druk maken over hoe we God behagen in plaats van over waar we van zouden moeten leven? Ik kan er weinig anders van maken.

Maar hoe zit het dan met teksten als: “wie niet werkt, zal ook niet eten”? Plat gezegd: dat staat niet in de Bijbel! Wat er wel staat is dit: “als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten” (2 Thess. 3:10b). En dan ene kleine woordje ‘wil’ maakt een wereld van verschil. Het gaat nu niet om de actie (werken), maar de motivatie (willen werken). En dan heb ik het nog niet over de interpretatie van het begrip ‘werken’. Overal in de Bijbel kom je tegen dat God geïnteresseerd is in de motivatie achter het gedrag, meer dan in het gedrag zelf. Sterker nog, zonder de juiste motivatie behaagt het juiste gedrag God niet. Klaagt God niet Zelf over het volk Israël dat zij Hem met de lippen dienen, maar hun hart ver bij Hem vandaan is (Jes. 29:13)? De Korinthebrieven stellen is dat je niet uit dwang of tegenzin zou moeten geven (2 Kor. 9:7) en dat alleen dat wat gemotiveerd is door liefde je iets baat (1 Kor. 13:1-3). Zo kan ik nog wel even doorgaan. Het is wel duidelijk: het gaat God om je hart.

Zeg ik dat je zonder na te denken maar moet doen waar je zin in hebt en je je geld maar achteloos over de balk moet smijten? Nee, goed rentmeesterschap is ook een Bijbels principe, maar de vraag blijft: wat is je motivatie. Ook op CBC wordt onderwezen dat het goed is om tienden te geven, je je niet in de schulden moet steken en een financiële planning weldegelijk nuttig en belangrijk is. Maar hoe gezond is het als je vanuit angst voor tekorten je je hele toekomst financieel probeert dicht te timmeren? Is het mogelijk om een andere motivatie te hebben, dat je bijvoorbeeld goed met je geld om wilt gaan uit dankbaarheid voor God, die het je gegeven heeft, in het besef dat je er slechts rentmeester van bent en dat je God met je tienden wil eren? Kan het zo zijn dat – als God meer geïnteresseerd is in de motivatie dan in de actie – het belangrijker is om eerst je motivatie juist te hebben, je bijvoorbeeld niet meer door angst te laten regeren, voordat je de juiste principes gaat toepassen?

‘Zoek eerst het Koninkrijk van God…’ is iets actiefs. Het betekent niet: zit met je armen over elkaar en alles wat je nodig hebt zal je in de schoot geworpen worden. Het betekent: zoek het om te doen, datgene wat God van je vraagt om te doen. Onderzoek wat Gods wil voor je leven is en ga dat doen. Vind uit wat de principes van Gods Koninkrijk zijn en pas die toe. Dat zou maar zo het hebben van een betaalde baan kunnen omvatten – in feite denk ik dat dat in veel gevallen zo is. Maar neem bij alles wat je doet in overweging hoe het Gods Koninkrijk en Zijn plan met je leven bevordert, meer dan of het dingen als een gezonde financiële situatie bevordert. De focus ligt dan op het behagen van God en niet op het veiligstellen van je levensonderhoud. En doe het vanuit een motivatie van liefde en niet van angst – anders ben je nog steeds jouw koninkrijk aan het zoeken in plaats van dat van God.

Toen David een beer of een leeuw te lijf ging en daarmee zijn leven in de waagschaal stelde om een schaapje te redden, leek dat misschien onverantwoordelijk. Toch zei God niet: ‘dat is de conquentie van jouw keuze om die leeuw aan te vallen, eigen schuld dikke bult dat je het met de dood moet bekopen’. Nee, in plaats daarvan redde God hem elke keer uit de klauwen van het dier – want David kwam in geloof zijn verantwoordelijkheid om voor de schapen te zorgen na en God de Zijne om door genade voor David te zorgen. En vergeet niet dat dit was wat hem in staat stelde om Goliat te verslaan.

Ik ben er van overtuigd dat als je je eigen verantwoordelijkheid neemt – vanuit de juiste motivatie – en die van God bij God laat, het je op plaatsen zal brengen waarvan nooit gedacht had dat je er zou komen en je dingen zal doen waarvan je nooit voor mogelijk had gehouden dat je die zou kunnen doen. Een plaats van volledig vertrouwen op Gods genade, waar je wandelt in geloof en – net als David – elke reus die je onderweg tegenkomt uit de weg ruimt.

Uitgelichte afbeelding: Eutah Mizushima via Unsplash

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: