Persoonlijke ontwikkeling

Een veel bewogen week

De eerste week na de vakantie. Die begon natuurlijk met de niet te vermijden nieuwjaarswensen. Ja, ik vind het leuk om iedereen weer te zien en ja, ik wens iedereen het beste toe voor het nieuwe jaar, maar al dat gezoen enzo… Misschien was ik gewoon niet in de stemming of zo.

Dinsdag hadden we weer outreach. Deze keer was ik mee met de Prayer Station. We gingen in tweetallen – waarbij wij als CBC-studenten werden gekoppeld aan een ervaren persoon – de straat op in het centrum van Amsterdam om te bidden met mensen. Sommigen op de dam en andere waaronder ik voor het centraal station. We kwamen veel mensen tegen met wie we een huil of een lach deelden. Bijzonder hoe sommigen openhartig hun heftige levensverhaal vertelden en wij ze door gebed weer konden bemoedigen.

Het mooiste – als je dat zo kan onderverdelen – was de ontmoeting met een oudere vrouw die in eerste instantie gebed voor genezing van haar rug vroeg. Nadat we daarvoor gebeden hadden – we zagen helaas geen manifestatie – vertelde ze dat ze haar hele leven gegeven, gegeven en gegeven had en zich afvroeg wanneer iemand haar iets ging geven. Toen mochten we haar vertellen dat God alles voor haar gegeven heeft. Aan de hand van een evangelisatie kubus – waarvan we later als klas een aantal voor onszelf besteld hebben – legden we haar het evangelie uit en mochten we haar tot de Heer leiden.

Naast de mensen die we tegenkwamen bij het station ben ik vooral mezelf – misschien kan ik beter zeggen: mijn vlees – tegen gekomen. De woensdag deelde ik op school dat ik er gemengde gevoelens over had. Ik stoorde me namelijk best aan het binden van de allerlei machten zoals de ‘macht van vergelding’ en het schoonwassen met het bloed van Jezus voor en na de outreach en de best wel strenge eisen om deel te mogen nemen. Ik moest op tijd thuis zijn voor het post lopen en hoopte er nog onderuit te komen, maar ik kwam er niet mee – of eigenlijk zonder – weg. Daarnaast ergerde ik me aan het gebrek aan initiatief van mijn partner die het – zoals ik snel geneigd snel ben om te denken van mensen met (meer) ervaring – beter wist dan ik en voelde ik me soms overweldigd door de noden van de mensen, want ‘wat kan ík daar nou aan doen?’

Al vertellend begon ik te beseffen – en eigenlijk wist ik het in mijn hart best wel – dat ik mezelf niet zo maar beneden moet halen en er op mag vertrouwen dat de Heilige Geest net zo goed door mijn heen werkt, de woorden in mijn mond legt en er dus geen noodzaak tot onzekerheid is en ik net zo goed het initiatief kan nemen. Ik merkte ook dat mijn ergernis ten aanzien van het gebed voor en na de outreach mij remde in de samenwerking met de andere christenen. Ik was uit het oog verloren wat ik me ooit had voorgenomen – dat als ik verschillen in geloofsbeleving bemerk tussen mij en andere christenen, voorop te stellen dat we hetzelfde doel voor ogen hebben. Ik moest kiezen om mijn bezwaren aan de kant te leggen. We zijn tenslotte samen één lichaam, dus wil ik ook zo met mede-christenen functioneren.

Woensdag had ik een gesprek met één van de begeleiders op school. Ik vertelde dat ik de zondag ervoor las in het nieuw vertaalde boekje ‘De effecten van lofprijs’ van Andrew Wommack en door wat ik las realiseerde ik me opeens dat ik vroeger geleerd had – ik weet niet of het me zo verteld is of dat ik het zelf zo opgevat heb – dat je God nooit iets kunt teruggeven wat recht doet aan wat Hij jou geven heeft. En dat veroorzaakte een gevoel van onwaardigheid. Want wat je ook doet, niets is dan goed genoeg. Maar dat is een leugen! De manier waarop je recht kan doen aan wat God je gegeven heeft – opeens viel het kwartje – is namelijk door het aan te nemen, het te geloven, Zijn liefde te accepteren en er in te wandelen! Wat machtige een openbaring. Hier kan ik verder mee.

Woensdagavond slikte de kat een stukje plastic in. Terwijl heel Nederland bang was dat er ook hier mensen door terroristische aanslagen gedood zouden worden – zo realiseerde ik me later – was ik bang dat de kat door een stukje plastic gedood zou worden. Ik heb ervoor gebeden en hij is nog altijd springlevend. Zo springlevend dat we hem morgen laten castreren. Pas toen donderdag één van mijn klasgenoten vertelde dat haar dochter bang was voor aanslagen hier, werd ik me bewust dat deze verschrikkelijke gebeurtenis angst opwekt bij veel mensen. Bij mij niet echt. Ik heb het nieuws geregistreerd, maar het heeft op één of andere manier weinig impact op mij.

Misschien kwam dat wel doordat ik in mijn hoofd bezig was met de reis naar Zuid-Afrika, waarvoor de tickets donderdag geboekt zouden worden en het rond krijgen van de betaling daarvoor. Er is daar nog aardig wat mail verkeer voor geweest. Het was een bron van spanning, maar ook van vreugde omdat de hoeveelheid giften overweldigend bleek te zijn. Zo zelfs dat ik inmiddels weer bij ben met de betaling van het schoolgeld! Vrijdag – voor mijn gevoel na lang wachten – hoorden we dat het ticket voordeliger dan verwacht was uitgevallen en zaterdag werden de details gecommuniceerd.

Het was een veel bewogen week. Ik zou bijna zeggen: een emotionele achtbaan. Iets waarvan ik in het verleden heb gezegd dat dat niet nodig is als je naar de Geest wandelt. Ja, ik ben nog steeds een mens en ja, ik heb nog steeds vlees. En deze week heeft het hier en daar de kop op gestoken, maar gelukkig hoef ik mezelf niet te veroordelen, en alleen maar mijn denken op God te richten. Afgelopen woensdagavond hadden we bij een vrouwengroep een gelegenheid om elkaar te vertellen hoe we aan de ander haar geloof zagen. Bij mij zagen meerderen dat door mijn rotsvaste geloof. En dat – het rotsvaste geloof – mag ik gebruiken om (weer) naar de Geest te wandelen.

Uitgelichte afbeelding: Priscilla Du Preez on Unsplash

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: