Geloof,  Persoonlijke ontwikkeling

To fast or not to fast, that’s the question

Twee weken geleden hadden we in de Shelter een gebeds- en vasten week. Zoals altijd deed ik daar weer voor overgave aan mee. Het vasten dan, want door alle drukte had ik helaas geen tijd om de gebedsbijeenkomsten bij te wonen. Na in eerste instantie alleen groente en fruit te hebben gegeten, besloot ik op maandagavond volledig te gaan vasten, dat wil zeggen alleen water – of thee, wat in feite heet water met een smaakje is – tot me te nemen.

Voordat ik woensdagochtend op stond voelde ik me slap. Op weg naar de badkamer begon ik sterretjes te zien en moest ik me even vast grijpen aan de deurpost van de slaapkamer. Terwijl ik naar de wc ging voelde ik een misselijkheid opkomen en begonnen mijn handen te tintelen, zo’n gevoel alsof ze ‘slapen’. Ik ging op de tegelvloer liggen en een gedachtenstroom kwam op gang. Mijn lichaam schreeuwde – om begrijpelijke reden – naar eten. Ik had me nog zo voorgenomen om het vol te houden – dat was me met sapvasten eerder ook altijd gelukt – maar het leek erop dat dat ik toch tenminste meer dan water zou moeten drinken.

Ik kwam erachter dat sapvasten en volledig vasten niet te vergelijken zijn. En zoiets – later realiseerde ik me dat ik bijna moet zijn flauw gevallen – had ik met vasten nog nooit eerder meegemaakt. Toen was het alsof iets in mij vroeg: “Wie had hier ook al weer de autoriteit?” En dat was ik. Ik – dat is mijn geestelijke mens – heeft de autoriteit over mijn lichaam! Dus wie bepaalt er wanneer er gegeten word? Moi! En ik had bepaald dat ik zou vasten, dus vasten it is. Meteen nadat ik dat wilsbesluit nam trok de flauwte weg en 10 minuten later zat ik vrolijk in de auto op weg naar CBC. Wel met een paar chocolaatjes in het middenconsole, voor de zekerheid en om Joram gerust te stellen. Maar van flauwte heb ik de rest van de dag geen last meer gehad.

Die avond ging het op de vrouwengroepen over God ervaren in de stilte. God spreekt vaak in de stilte. Feitelijk spreekt Hij altijd, maar hoor je Hem vaak pas als je alle andere stemmen tot zwijgen heb gebracht. God zei tegen mij dat ik mezelf niet hoef te bewijzen. Dat Hij mijn hart gezien heeft en dat het genoeg was. Ik wist dat het over het vasten ging, want stiekem vond ik gewichtsverlies toch wel een erg gunstig bijeffect. En ik vond het wel een uitdaging om volledig te vasten, om te kijken of – ongenuanceerd – ik mijn eerdere presentaties kon overtreffen. Niet langer ging het om God. Nu werd het tijd om autoriteit over mijn ziel te nemen, want God zei met het vasten te breken, maar omdat ik mijn voornemen dan niet waargemaakt zou hebben, zou ik me gefaald voelen en bovendien zou ik niet verder afvallen, want op één of andere ongezonde manier wilde ik weleens weten hoe ik eruit zo zien als ik 50 kg woog.  

Toch koos ik ervoor om mijn ziel te onderwerpen en God te gehoorzamen door mijn vasten – dat verworden was tot enerzijds een religieuze werken ding en anderzijds een anorexia-achtig verschijnsel – op te geven. Terwijl ik zo schrijvend reflecteer, schik ik best wel van mezelf en ben ik blij dat God me eruit gehaald heeft. Iemand noemde 2 weken geleden terloops dat zij zussen heeft die slanker zijn dan ik. En blijkbaar triggerde dat iets bij mij waardoor ik verder wilde afvallen. Ook had ik eerder gezegd dat dat niet moest en was mijn directe omgeving het daar helemaal mee eens. Ik heb nog geprobeerd het gewichtsverlies van het vasten te behouden door het eten weer langzaam op te bouwen. Ik heb namelijk iemand, na het eten van een goeie feestmaaltijd, weleens horen zeggen dat hij nu hoognodig een dag moest vasten. Nou, ik ben weer op gewicht en heb nu dus officieel vastgesteld – wat mijn gezonde verstand natuurlijk allang wist – dat gewichtsverlies na vasten niet blijvend is.

Ze zeggen dat je tijdens een vasten allerlei bovennatuurlijke ervaringen kunt krijgen. Dat heb ik niet eerder gehad en strikt genomen deze keer ook niet, maar op een één of andere manier begon ik vanaf die week allemaal openbaringen en/of nieuwe inzichten te krijgen. Die donderdag had ik samen met 4 klasgenoten een Bijbelverhaal presentatie. We presenteerden het verhaal van de zalving bij Simon de farizeeër. Eerst beelden we het verhaal uit door middel van een drama stukje dat we opvoerden terwijl 1 van ons de tekst voorlas. Daarna mocht ik het onderwerp uitdiepen, waarna een ander in inging op de toepassing voor het dagelijks leven. Ik vind het zelf één van de mooiste verhalen over Jezus. Het was ook mijn idee geweest om dit verhaal te kiezen.

Ik verwonderde de me over het lef van die vrouw – die zich nadrukkelijk van haar zonden bewust was – om Jezus uitgerekend in het huis van een farizeeër op te zoeken. Kennelijk wist ze – dat moet haar door God geopenbaard zijn – dat ze hij Hem terecht moest om vergeving te krijgen en had het ervoor over om naar de plaats te gaan waar ze het meest afgewezen zou worden door andere mensen en paradoxaal genoeg vond ze juist dáár de acceptatie van Jezus. Maar het meest interessante vond ik nog de uitspraak van Jezus: “uw geloof heeft u behouden”. Jezus zei dat haar daad een grote uiting van liefde was, vanwege de vergeving van haar vele zonden. En daarná sprak Hij vergeving uit. Je zou kunnen zeggen dat de daad van de vrouw en daad van geloof was. Ze betoonde immers al liefde, voordat de vergeving werd uitgesproken. En door dat geloof werd ze behouden, net zoals iedereen die behouden wordt, het behoud ontvangt door geloof.

Overigens gebruikt Jezus die zinsnede “uw geloof heeft u behouden” nog in 3 andere gevallen, waar het om genezing gaat. In het grondtekst wordt op deze 4 plaatsen één en hetzelfde woord gebruikt. Genezing van ziekten is dus evengoed onderdeel van het behoud als vergeving van zonden. Dat heb ik die middag meteen kunnen ervaren. Terwijl ik wat at, kwam er een hevige keelpijn opzetten. Het voelde alsof ik glasscherven zat in te slikken. ‘O nee, geen keelontsteking’ en ‘had ik maar strepsils in huis’ waren samen met de neiging om met een zaklampje in mijn keel te gaan kijken, mijn vleselijke reactie. Maar ik wist dat ik dit niet hoefde te pikken, dus bestrafte ik de keelpijn en weerstond de neiging om ernaar te kijken. Hoewel het niet meteen weg was besloot ik er geen aandacht aan te besteden. Twee uur later had ik nergens meer last van.

Vrijdagochtend was er een zonsverduistering waarvan door de bewolking niet veel te zien was, maar ’s avonds op het nieuws noemden de mensen die het wel gezien hadden het ‘magisch’. Eén gaf zelfs aan zich bij het zien ervan onderdeel van iets groters te voelen. Dat deed me direct denken aan de Bijbeltekst in Psalm 19, waar staat dat de hemel Zijn eer verkondigt en de het uitspansel spreekt van Zijn kracht. Ik was er zo door gegrepen dat ik mijn zangdienst voor de zondag daarna erop aanpaste. Wanneer de mensen het als magisch beschreven, ervoeren ze in feite wat van God. Terwijl ik me voorstelde dat ik dit met een van hen deelde, kwam de vraag op waarom, als de schepping Gods glorie laat zien, er zoveel ellende in de wereld is. De voor sommigen wellicht open deur in dezen is de vrije wil van de mens. Terwijl de hemellichamen niet anders kúnnen dan Gods glorie weerspiegelen, hebben de mensen de keuze om daarvan af te zien, wat de meesten helaas ook doen. “Dit is was de wereld ziet van Mij, als je Mij gaat volgen: toon Mijn liefde aan de ander, dien de ander, zo heb Ik ook jou liefgehad…” zegt een liedje uit Opwekking. Hoe schril is het contrast vaak met de werkelijkheid. Dat is nou precies de kern van de zonde: je doel missen.

Zaterdag ik schreef ik een essay – één van mijn Bijbelschool opdrachten. Over elke lesmodule worden we geacht een opstel te schrijven waarin we beschrijven wat we ervan geleerd hebben en hoe we het in ons dagelijks leven denken toe te kunnen passen. Ik schreef over het onderwerp ‘leven in balans’: “Ik heb stiekem een voorschot op de lessen Kerkgeschiedenis genomen en de hoofdstukken over de zogenoemde opwekkingen gelezen. Daarin viel me op dat het bij elke beweging eigenlijk goed begon, maar dat de balans uit het oog verloren werd, er teveel op één onderwerp gefocust werd, waardoor het eigenlijk zijn kracht verloor. Daardoor ben ik nog eens extra gaan inzien hoe belangrijk een goede balans is.” Al schrijvend, realiseerde ik me hoe het ‘voorspoedevangelie’ daar een hedendaags voorbeeld van is. Dat is waarschijnlijk ook ooit goed en op Bijbelse basis begonnen, maar vervolgens uit balans geraakt. En het jammere is dat vervolgens mensen het hele idee dat God wil dat je voorspoedig bent afwijzen en in armoede gaan leven of genoegen nemen met minder dan waar God in voorzien heeft. Gods heeft namelijk wel voorzien in genoeg en extra. Niet om in te zwelgen, maar om te geven. Zoals ik vanmiddag op facebook las: “When God blesses you financially, don’t raise your standard of living. Raise your standard of giving!”

Maandagmiddag bereidde ik een overdenking voor het avondmaal dat ik de volgende ochtend zou leiden. Ik had het avondmaal al een keer in januari zullen leiden, maar door omstandigheden ging dat toen niet door. Dus pakte ik mijn voorbereiding weer op. Van sommige steekwoorden wist ik niet meer wat ik ermee bedoelde. Van anderen, voornamelijk de Bijbelteksten, wist ik het nog wel, en toch was het net alsof het inzicht dat ik had verkregen nieuw was. Het trof mij opnieuw en terwijl ik er over nadacht, verdiepte mijn openbaring zich. Omdat ik deze overdenking deze week nog een keer ga gebruiken, ga ik nu de inhoud niet delen. Anders zou ik het gras voor mijn eigen voeten wegmaaien. Wel kan ik delen dat ik veel enthousiaste reacties kreeg. “Wat ben jij het laatste 1,5 jaar veranderd zeg”, vond ik de mooiste. En verder voelde ik me vrij relaxed tijdens het voordragen en kon ik zonder veel moeite mijn praatje doen. Ik had contact met de toehoorders en kon ik aan sommige mensen zien dat ze het pakten. De inhoud werd ervaren als verhelderend en vernieuwend.

Gisteren zaten Joram en ik te praten in de auto. Iemand had onze financiële situatie ter sprake gebracht en Joram geconfronteerd met het feit dat wij de enige in de familie zijn die in een huurhuis wonen. Ook kunnen we niet zo vaak of zo ver op vakantie als anderen. Interessant genoeg heb ik daar helemaal geen enkel moment last van gehad. Terwijl ik er over nadacht, realiseerde ik me opeens dat ik onze situatie nooit met die van een ander vergeleken heb en daarom alleen gekeken naar wat we hebben in plaats van wat we niet hebben. Het gevolg is dat ik ook niets van dat alles – vakanties of huizenbezit – gemist heb. In plaats daarvan ben ik dankbaar dat ik geleerd heb om op Gods bovennatuurlijke voorziening (een vaste baan hebben is daar overigens ook een vorm van) te vertrouwen en in afhankelijkheid van Hem te leven, wandelend in de bestemming die Hij voor mijn geboorte al op mijn leven legde. Ik werd me bewust wat het effect is van jezelf met anderen vergelijken, of liever gezegd het nalaten daarvan. En ik zeg je: die Bijbeltekst waar staat dat jezelf vergelijken met anderen niet wijs is. Dat is echt waar!

Zo, dat was weer een heel verhaal. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de bijzonder goede en leerzame lessen over aanbidding. Als dat de standaard is voor het leven met God, dan gaan we nog wat beleven!

Uitgelichte afbeelding: Alexandru Zdrobău via Unsplash

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: